zaterdag 9 mei 2015

Mother's Day Moms

For the caring mom
For the ‘you’re good enough’- mom
For the tough mom-of-five to be
For the sweet stepmom

For the juggling supermum
For the outstanding three-times over yummy mum

For the expectant mum-to-be
For the red hot mum
For the graduate mum
For the mother of a girl here, with her sister in her heart
For the beautiful mother of almost two
For the finally pregnant again mother
For the mixed-race mum
For the passionate broken nights mum
For the authentic artist-mum
For the sporty mother
For the almost-grandma mum

For the creative, job hunting mom
For the tower of strength expat mom
For the emotional roller coaster splendid mom
For the gentle mom of a premature little girl
For the accepting, independent mom
For the homesick for mom-mom

For the loving woman who gladly wants to be a mom

For the loving mother-in-law

For my dear mommy


Have a carefree, loving, sunny Mother’s Day, beautiful mom!

Moederdagmoeders

Voor de zorgzame moeder
Voor de goed-genoeg-moeder
Voor de stoere bijna-moeder-van-vijf 
Voor de lieve stiefmoeder

Voor de twee-vliegen-in-een-klapmoeder
Voor de drievoudig voorbeeldmoeder

Voor de verwachtingsvolle moeder in spe
Voor de kersverse moeder
Voor de promoverende moeder
Voor de moeder van een meisje hier en haar zusje in haar moederhart
Voor de prachtige moeder van bijna twee
Voor de eindelijk-weer-zwangermoeder
Voor de twee-culturen-op-een-kussenmoeder
Voor de passievolle, gebroken-nachtenmoeder
Voor de authentieke, kunstenaresmoeder
Voor de powermoeder van vier
Voor de sportieve moeder
Voor de bijna-oma moeder

Voor de creatieve, werkzoekende moeder
Voor de rots-in-de-branding-expatmoeder
Voor de wipwappende prachtmoeder
Voor de zachtaardige moeder van een prematuur meisje
Voor de onbevangen, zelfstandige moeder
Voor de heimwee-naar-mama-moeder

Voor de liefdevolle vrouw die graag moeder zou willen zijn

Voor de liefhebbende schoonmoeder

Voor de liefste: mama

Heb een zorgeloze, liefdevolle, zonnige moederdag, mooie moeder!



dinsdag 5 mei 2015

Ach mam, ga toch fietsen!

Fietsen. Het is lekker gewoon. In Nederland. Fietspaden en -stroken, duidelijke verkeersborden, fietsverkeerslichten, fietsenrekken: noem het maar op, het is daar allemaal geregeld en vanzelfsprekend. Je hoeft er niet over na te denken. Dus ik fietste in Nederland bijna dagelijks twee keer op en neer naar school met la bella. Zij fietste naast mij, al snel zonder zijwieltjes, terwijl de andere muppet bij mij achterop zat. Dat was anderhalf jaar geleden in Nederland. En nu in Italië? Sinds anderhalve maand kan ik weer fietsen, want de babymuppet kan sindsdien stevig genoeg zitten voor in het fietszitje. Ultieme vrijheid, buiten en in beweging.

Ik word hier ook zo blij van fietsen, want:

1.    Het biedt mij en mijn muppet een prachtige uitzicht
Daar zit hij dan, eerste rang. Hij geniet van het verstrekkende uitzicht op besneeuwde bergen, prachtige magnolia’s, camelia’s, blauweregen en andere bomen die nu volop in bloei staan. En ik kan het bolletje van dat kleine menneke, míjn eerste prachtige uitzicht, af en toe van een dikke kus voorzien. Dubbel feest.

2.    We hebben maar weinig ruimte nodig
Mijn gevolg en ik nemen fietsend niet zo veel ruimte in als met de auto. Fijn voor de andere weggebruikers, toch? En voor mezelf fijn dat ik zónder metalen schaafwonden en deukjes een straat met eenrichtingsverkeer doorkom. Of een straat met tweerichtingsverkeer met ruimte voor een serieuze auto (een kleine Fiat wordt in dit geval ook een serieuze auto genoemd). Ook prettig: ik hoef met de fiets geen hellingproef in z’n achteruit uit te voeren, waarbij ik, eenmaal boven, uitkom op een drukke straat met achteruitkijkspiegeluitzicht op een blinde muur. Wat overigens wel een goede oefening is als je je rijbewijs moet hernieuwen.
Zo neem ik ook niet zo veel ruimte in als met pakweg een wandelwagen en een loopfiets, mijn gebruikelijke manier om naar de bushalte te gaan om la bella van de schoolbus te halen.
En ik neem zéker niet zo veel ruimte in als met een wandelwagen en een driewieler met duwstang. Oké, toegegeven, dat heb ik één keer gedaan: heel onflatteus wijdbeens en toch op hakken de berg op — tja, hoe moet ik anders het noemen — kachelen. Geen daverend succes. Heel raar.

3.   Nu gebruikt in ieder geval één iemand de fietspaden
Hoezee, met de fiets kan ik gebruikmaken van fietspaden! Tenminste, als die er zijn. In de eerste week hier “ontmoet” ik een groen stukje fietspad dat even prompt ophoudt als het begint. Aangevroren en spiegelend van de gladheid, dat dan weer wel. Rondom het Meer van Varese en het Meer van Monate zijn wel wat serieuzere  fietspaden. Niet voor la mama om veilig en functioneel van A naar B te komen, wel voor recreatievelingen. Die kom ik hier voornamelijk tegen met mooi voorzomers lenteweer. In het weekend. Op de mountainbike of op de wielerfiets.

4. Het houdt me in balans
Op mijn bloemige moederfiets ben ik compleet in fysieke balans, zeker nu weer met een kind voor- en een kind achterop. Lekker stabiel. Als het tenminste niet waait wanneer ik bergaf fiets, uiteraard. En als ik op gang ben. Voor de supermarkt laad ik mijn fietstassen vol met fruit en brood. Met alleen babylief in het zitje ben ik klaar om te gaan rijden. De fiets niet, die kantelt. Een charmante Italiaanse man komt me te hulp. Even waan ik mij in een scène van een romantisch film als mijn blik die van mijn ‘Italiaanse redder’ kruist, terwijl wij samen mijn fiets corrigeren. Maar ja, zijn vrouw staat, even aardig lachend en bezorgd, achter me. En ik heb gewoon mijn trouwring om. The end.

5.    Het helpt me om vrolijk sociaal verkeer creëren
Alle mensen die ik tegenkom, kan ik met een flitsende persoonlijke groet tegemoet gaan. Een gulle lach, een uitbundige zwaai, een samenzweerderige knipoog of een andere goedgemutste vorm van een buongiorno. Tenminste, als ze niet achter hun spiegelend glas in hun warme autootje zitten. Er wordt regelmatig met een mengeling van angst en bewondering toegekeken. Dat was zeker zo toen ik met een zwangere buik en een kind achterop door het dorp fietste. Wat ik natuurlijk niet alleen bij mooi weer deed. Je bent tenslotte Nederlander of je bent het niet.

6.    Nu wordt ook het fietsenrek gebruikt
Ik kan mijn metalen pakezel bij de winkel in een fietsenrek zetten. Uiteraard mits er een fietsenrek ís bij die winkel. Als dat er is, kunnen er zelfs nog vijf — ik herhaal: vijf — andere fietsers parkeren. Maar dan moeten er natuurlijk wel nog vijf andere mensen zijn die fietsen. In de loop van de tijd dat wij hier wonen, kom ik steeds meer fietsenrekken tegen. Niet alleen voor de fietsenwinkel, ook voor de supermarkt. Zou dat zijn, omdat wij met ons gezin van uiteindelijk vijf potentiële fietsers de hoeveelheid functionele fietsers in het dorp verdubbeld hebben? Er was een moment dat een medemoeder van de crèche dacht dat er wel twéé verschillende ouders hun kind met de fiets kwamen brengen. Dat husband een andere ouder geïnspireerd zou hebben! Maar nee hoor, het bleek gewoon om twee van onze fietsen te gaan. Manlief heeft een fietszitje achterop en ik eentje zowel voor- als achterop. Gewoon, zoals dat is bij Nederlandse ouders.

Niet alleen ik word heel blij van fietsen. Als we ergens naartoe gaan, zeggen de muppets: ‘Ik wil niet met de auto. Dat is saai. Ik wil lopen of met de fiets!’ Onze stuiterbal haalt zijn zus sinds zijn derde verjaardag met zijn supersnelle, stoere loopfiets op van de bus. En hij springt een gat in de lucht als ik hem met zijn kleine broertje uit de crèche haal op de (typisch Hollandse?) moederfiets met extra lage instap, die voor de balans. La bella fietst nu rondjes op onze parkeerplaats voor de garage. Haar doelen van deze week zijn om al fietsend een hand uit te kunnen steken, snel het bergje van de oprit af te kunnen rijden en soepel om te keren zonder te stoppen. Che brava! En ik ga ook weer lekker nuchter en vrolijk die fiets pakken.

Trouwens: ik droomde in Nederland van een bakfiets voor de hele muppetshow. Zal ik dat hier al durven? Of zal ik wachten met een bakfiets tot we weer door Nederland toeren?

donderdag 9 april 2015

Gli Italiani amano i bambini

Ik kan na ruim een jaartje Italië veel zeggen over mijn landgenoten hier. Dat ze zo scheef parkeren. Dat ze zonder schroom voordringen in de rij. Dat ze eerst een hoop zuchten en steunen, voordat ze je helpen met wat ze moeten doen, waar ze nota bene voor betaald worden. Maar dat ga ik nu even niet doen. Nee, ik ga het hebben over de liefde. De Italiaanse liefde, voor kinderen. Gli Italiani amano i bambini.

Mijn eerste kennismaking met deze liefde ervoer ik een paar jaar geleden in de trein op weg naar Rome. Op dat moment zijn we met twee kids. De jongste kan wat kruipen en staan, en trekt zich op treinbankjes op aan de ramen. Naast hem zit een jonge Italiaan van een jaartje of twintig, schat ik zo. Type goedverzorgd, zwart Grease-kapsel, idem jackje, licht getinte huid. Hij adoreert onze jongste muppet. De pen en het schriftje uit zijn handen mag onze kleine gebruiken om te krassen op het papier. De Italiaan is intussen een en al aandacht en geduld voor hem. Het bekraste blaadje krijgt onze bambino later ook mee.

Nu we hier wonen, herken ik deze niet-aflatende liefde voor kinderen in alledaagse situaties. Zo sta ik regelmatig bij de kassa van een van de drie supermarkten in dit dorp. Babymuppet gewikkeld in Guatemalteekse veelkleuren draagdoek, tropische zon om ons kleinste zonnetje heen, om het zo te zeggen. Drie pubers achter me staan lekker puberaal te doen. Dat ‘hoort’ zo, natuurlijk. Totdat ik me omdraai en zij occhi azurri, ons charmante blauwoogje, tegen mijn borst aan zien dutten. Het groeiende, stoere Italiaanse jongenshart wordt wekerdeweekst. ‘Ahhh, guarda, che bello!’ De echtgenote verderop in de rij achter me port haar man in zijn zij: ‘Ga die mevrouw eens even helpen met de boodschappen in de tassen doen.’ Ook de kassajuffrouw schiet als vanzelfsprekend te hulp. Ik ben verrast en voel me dankbaar vanwege deze vanzelfsprekendheid.

Vervolgens bij mijn auto komt een ouder echtpaar naar me toe, als ze me het boeltje zien managen: aan elke hand een kind, in de draagdoek de derde en de kar volgestouwd met tassen (ook een witte met in blauw AH erop) vol boodschappen. Ik word liefdevol doch dringend opgedragen om mij vooral over i miei bambini te ontfermen, zodat het echtpaar de boodschappen achter in de auto kan laden. Mijn auto, natuurlijk. Ik til mijn drie weken oude muppet uit de draagdoek en de andere twee laat ik in hun autostoeltjes plaatsnemen. Geraakt door hun hulpvaardigheid deel ik mijn ontroering in een omhelzing aan deze twee Italiaanse dorpsgenoten.

De kinderen kennis laten maken met de Italiaanse keuken is geen enkel probleem. Zodra we met hen een restaurantje binnenkomen, vragen de bediendes al of we een seggiolone, kinderstoel, voor de kleinsten willen. Ook bieden ze kinderporties en kindermenu’s aan, en op sommige plekken zelfs speelgoed ter vermaak. Fijn dat i genitori, de ouders, zo ook rustig kunnen eten.
   
Inmiddels al haast gewend aan deze Italiaanse generositeit maak ik voor door de week overdag een afspraak met de kapster. ’s Ochtends ben ik altijd met de babymuppet, maar ik vertrouw erop dat mijn knipbeurt met hem erbij wel losloopt. Nou ja, hij loopt nog niet los, maar hij is al zo aan het tijgeren dat drie kwartier stilzitten in il passegino, de buggy, er ook niet meer in zit. Zodra ik enthousiast aangeef dat hij sinds kort tijgert, legt de kapster mijn behandeling even stil. Ze haalt kussens, dekens en een yogamatje tevoorschijn en zorgt zo voor un giardino di giocchi, een speeltuin met speeltjes voor de muppet, werkelijk als stralende middelpunt in de kapsalon. Als hij dit spelen moe is, neemt de assistente van de kapster hem op de arm en gaat nieuwe afspraken met hem in de agenda zetten. Un nuovo aiutante, een nieuwe hulp, noemt ze hem lachend. Als ik dit verhaal even later aan mijn vriendin in Nederland whatsapp, schrijft zij: ‘Geweldig. Dat kan alleen in Italië. En waarom eigenlijk…’ Ja, waarom eigenlijk?

Postnatale isolatie wordt hier duidelijk praktisch onmogelijk gemaakt. Als ik op een regenachtige dag door het dorp loop met babylief, gaan alle chagrijnige gezichten lachen, alle harten open, alle in zichzelf gekeerden kijken om: ‘Ma che bello bambino. Che occhi azurri!’ Een vrouw van middelbare leeftijd staat als aan de grond genageld met vreugdevolle verwondering en pure Italiaanse passie ons blauwoogje toe te juichen. De zon breekt door, vanbinnen en vanbuiten!

Als ik mijn zoon ophaal van de crèche, heb ik meestal mijn jongste muppet bij me. Een van de leidsters staat dan met hebberige handjes naar hem te kijken. Ze vraagt of ik het heel raar of ongemakkelijk vind, dat ze hem wel zou kunnen pakken en ‘opeten’. Maar nee, ik vind het een heerlijke gewoonte dat zij zo meegeniet van hem en zijn broer! Dus krijgt zij de kans om hem even te knuffelen, terwijl ik me kan wijden aan mijn andere zoon. Die typisch Italiaanse liefde voor kinderen, ik word er blij van.

Gedeelde vreugd is dubbele vreugd. Gedeelde liefde is oneindig.

dinsdag 24 maart 2015

Post van Suus / voor Suus - Lieve goed-genoeg-moeder

Mijn reactie op http://suzannestruiksma.nl/index.php/de-goed-genoeg-moeder/


Lieve goed-genoeg-moeders, eentje in het bijzonder!

Als je nog geen moeder bent, kun je geen zinnig woord zeggen over hoe je als moeder zult zijn. Hoe je zult zijn op elk moment in je moederschap. Al wordt er van alles over geschreven en doe je er als moeder-in-wording alles aan om je voor te bereiden. Je leest erover, je ziet wat andere moeders doen en je laat je inspireren. Helemaal prima, natuurlijk.

Maar ja, als je moeder bent, mag je alle gedachten die je had over hoe je zou gaan zijn (en niet bent, of niet altijd bent), lekker loslaten. Heerlijk!

Je weet namelijk niet wat de never ending verantwoordelijkheid voor een muppet met je doet. En met je mate van relaxedheid. Je weet niet wat de hormonen in jouw lijf met jou doen. En de schijnbaar oneindige reeks aan gebroken nachten. En je chronische moe(der)heid. Welke uiteenlopende gevoelens je ontmoet in je moederrollercoaster. En hoe je deze rollercoaster wilt blijven besturen. Terwijl je het soms heel hard uit wilt gillen. Van pure blijdschap en liefde, maar ook van onmacht en onwetendheid.

Je weet niet wie het kind is dat je krijgt. Je weet niet hoe de interactie zal zijn tussen jou en deze kleine wereldburger. Je weet niet wat dit doet met je relaties. Op de eerste plaats die met de vader van je kind. Maar ook vooral met je moeder. En je broer of zus. Met je vrienden. Met je neven en nichten.

Jouw verhalen zijn herkenbaar. Vooral van de tijd dat wij ons eerste kind hadden. Niet dat zij zorgintensief was, wel omdat ik ook perfect wilde zijn. En het zorgen voor die kleine muppet best intensief vond. Daarom had ik behoefte aan rust in mijn hoofd vol gedachten. Ik probeerde dat te creëren met structuur, orde en overzicht. Om voorbereid te zijn op datgene waarop je je uiteindelijk niet kunt voorbereiden: een life changing event.  

Moederschap, het is één groot ervaringsavontuur: ervaar maar hoe het is! En leer ervan. Over jezelf. Leer hoe kwetsbaar je bent. En hoe krachtig. Omdat je regelmatig valt en net één keer meer opstaat. Over hoe je nieuwe keuzes gaat maken. En dat elke situatie een andere keuze vereist. Wellicht niet die keuze die je in je — intussen overboord gegooide? — ideaalbeeld als moeder-in-wording had.

Jij bijvoorbeeld wist niet dat je een vrolijk en zorgintensief meisje zou krijgen. En dat je nog extra werd uitgedaagd in je onafhankelijkheid door zelf zorg nodig te hebben. Dat je extra handen zou nodig hebben. Letterlijk.

Zou het niet geweldig zijn als alle moeders in spe zich kunnen voornemen om moeder-op-maat te worden? Te doen wat nodig is als het kind er is? Te laten ook. En vooral te vragen om hulp als dat nodig is. Niet alleen wanneer er een zorgintensief kindje wordt geboren, maar überhaupt omdat zo’n eerste jaar met een piccolino gewoon zwaar kan zijn. Fysiek, emotioneel, sociaal. En dat het allemaal oké is? Goed genoeg ook.

Intussen ben ik sinds negen maanden moeder van de derde muppet. Nog steeds een achtbaan. Maar ik geniet er bewust volop van. Ik kan veel meer relaxen. En genieten, zoals iedereen je toewenst te doen (vooral degenen die dat wellicht niet genoeg gedaan hebben?). En ik kan lekker loslaten dat niet alles perfect hoeft te gaan. Meestal dan.




http://www.bloglovin.com/blog/13627089/?claim=7v3hnk73abq


dinsdag 17 maart 2015

Recept bij Italiaanse tomatensoep met ballen

Ingrediënten voor rode brij
1 tablet kippenbouillon
1 tablet groentebouillon
1 liter water
1 grote ui, grof gesneden
2 wortels, geschrapt en grof gesneden
2 blikken tomatenblokjes (a 400 g)
2 eetlepels tomatenpuree
4 teentjes knoflook, uitgeperst
1 theelepel tijm
1 theelepel oregano

Ingrediënten voor de ballen
500 gram gehakt
1 ei
1 beschuit, verkruimeld
paprikapoeder
zout en peper

Ingrediënten extra
1 blik pomodorini (cherry tomaatjes)
vermicelli

Bereiding
  1. Breng het water aan de kook en los de bouillontabletten erin op.
  2. Voeg de ui, wortels, tomatenblokjes, tomatenpuree en knoflook toe. Laat dit 15 minuten koken.
  3. Kruid intussen het gehakt met paprikapoeder, peper en zout, voeg de beschuit en het ei toe en draai er ballen van. Of slangen. Of hartjes. Laat je eigen creativiteit of die van je muppets de vrije loop.  
  4. Voeg vervolgens tijm en oregano toe aan de pan en pureer het mengsel tot tomatenuiwortelknoflookbrij.
  5. Voeg nu de ballen (of andere gehaktvormsels) toe en laat het geheel 10-15 minuten koken, totdat het gehakt gaar is.

Voor extra ballen in de soep: voeg een blikje Italiaanse pomodorini toe. Of verse cherrytomaatjes als je zo’n blikje niet kunt bemachtigen.

Voor extra stevigheid: voeg vermicelli toe naar smaak en laat even meekoken.

Buon appetito!
© Mama’s management

vrijdag 13 maart 2015

Italiaanse tomatensoep met ballen

Italiano. De eerste momenten van ons expatbestaan dat ik deze passievolle taal hoor, vormt het één grote, gepureerde brij in mijn hoofd waarbij ik alle afzonderlijke woorden niet uit elkaar kan houden. Alle woorden smelten aan elkaar als een goed gehomogeniseerde rode tomatensoep. Op die momenten ben ik blij als ik wat ingrediënten herken uit het Spaans: de soep wordt gevuld met stevige, smaakvolle ballen. Maar Italiaanse tomatensoep bevat meer smaken dan alleen tomaat en gehaktballen. En ik wil niet in ‘Espagnano’ (Spaans-Italiaans) blijven hangen.

Dus zodra ik hier het management opgestart heb, schrijf ik me in voor een beginnerscursus Italiaans. Op papier is de cursus vol, maar ik neem met twee andere nieuwelingen de vrijheid en betreed met — Nederlandse? — brutaliteit het lokaal. Samen met mijn – op dat moment – jongste muppet. ‘Can he stay in class?’ vraag ik. Daarop vraagt de cabareteske docent hem: ‘Come ti chiami?’ Als ik zoonlief influister: ‘Hoe heet jij?’ en hij antwoordt met zijn naam, blijkt dat alle reden die hij nodig heeft om te mogen blijven. Mijn muppet speelt op de grond met de meegebrachte auto’s, klimt af en toe op mijn schoot om mee te luisteren naar de docent, schrijft op lijntjespapier nep-Italiaans en zegt kinderlijk onbevangen hardop na wat er gezegd wordt in de les. Qua uitspraak kunnen we nog wat van hem leren!

Naast de les is er genoeg mogelijkheid om de taal in de praktijk te oefenen. Bij de plaatselijke groenteboer koop ik finocchio, een grote knol stevige, anijsachtige venkel. In zijn seizoen is deze zo ongelooflijk smaakvol, een genot! Mijn muppet maakt huppelend naar huis een mantra van het woord: ‘Finocchio, finocchio, finocchio…’ Eenmaal thuis ben ik ervan overtuigd dat hij weet dat finocchio venkel betekent. Totdat hij me doodleuk vraagt: ‘Mama, wat is dat eigenlijk, finocchio?’ Blijkt later dat dit ook als scheldwoord voor homo’s gebruikt wordt. Ik neem aan dat de bambini minnende Italianen het mijn driejarige muppet vergeven dat hij dat liep te scanderen over straat. En anders bied ik via deze weg nog even publiekelijk mijn excuses aan. O, dit kunnen ze niet lezen. Prego, Google translate.

Bij de supermarkt vraagt een mevrouw in de rij bij de kassa om caramella. Zoonlief loopt dit eindeloos en met een perfect Italiaanse uitspraak te herhalen. Hij wordt niet belemmerd door associaties en uitspraken van vergelijkbare woorden in andere talen. Lekker zoet mantra wel: ‘Caramella, caramella, caramella.’

Hoe meer ik de taal begin te beheersen doordat theorie en praktijk vertrouwder worden, hoe meer ingrediënten ik proef in mijn Italiaanse soep: de zoete wortel, de vermicelli, de tranentrekkende ui, de uitgesproken knoflook en oregano, de pittige peper en het vleugje paprikapoeder. Op het niveau van Peppa Pig (https://www.youtube.com/watch?v=_uEifLtruu8 Peppa Pig – Vancanze al sole) kan ik dan alles verstaan, maar ik spreek dit niveau voor de geboorte van de derde muppet nog niet.

Na de zomervakantie gaat zoonlief niet meer wekelijks mee naar de cursus Italiaans, maar dagelijks naar de crèche. Zijn ultieme praktijkomgeving, want Italiaans is daar de voertaal! De eerste twee weken zegt hij daar geen woord, maar als ik hem op kom halen, staat hij te stuiterballen van enthousiasme en zit vol verhalen. Een paar weken later hoor ik de eerste vloeiende Italiaanse zin van hem tegen onze minimuppet: ‘Che cosa c’è, piccolino?’ Hij staat over de wipper gebogen en vraagt zich met bezorgde toon af waarom zijn kleine broertje huilt. Als we hemzelf vragen wat hij zegt, antwoordt hij: ‘Geen idee, dat zegt de juffrouw ook altijd!’ Hij gebruikt de juiste zin op zijn gevoel, hij vertaalt niet uit het Nederlands wat hij in het Italiaans zou willen zeggen.

Op de middelbare school werd ik naast het leren van ellenlange rijtjes woordjes gebombardeerd met hoogstaande, perfecte grammatica voor de vreemde talen. Dat perfectioneren van de theorie maakte me in de praktijk soms onzeker en gaf me het gevoel dat het nooit goed genoeg was. Waardoor ik op die momenten ervoor koos niets te zeggen in plaats van het zo goed mogelijk te zeggen.

Een nieuwe taal leren in de praktijk, met kinderen als lichtend voorbeeld, gaat nu anders. Terwijl ik mijn woordenschat, mijn uitspraak en mijn grammatica blijf verbeteren in en voor de les, oefen ik in het dagelijks (over)leven: ik haal associaties met andere talen erbij om mijn vraag te kunnen stellen of mijn verhaal te kunnen doen. Toegegeven, ik stuntel, ik stotter, ik hakkel zo nu en dan (vooral na een of meer gebroken nachten), maar dat neem ik samen met de klotsende oksels en blosjes op mijn wangen voor lief. En langzaamaan werk ik me van Peppa Pig-niveau op naar het Peter Pan-niveau (https://www.youtube.com/watch?v=582Sp0GUFWk Le nouve avventure di Peter Pan – episode 1).

Inmiddels een halfjaar verder vertelt onze crècheganger in perfect Italiaans aan de juffrouw dat mama net zo’n jas heeft als zij. De juffrouw is onverholen trots. Ik word Italiaansgewijs door mijn driejarige ingehaald.

Tegenwoordig gaat de babymuppet il piccolino mee naar de vervolgcursus Italiaans. Hij zit bij me op schoot, hij slaapt in zijn wagen en hij ontwapent de medecursisten met zijn big smile en gebrabbel, en zijn getijger door het lokaal. De lerares van de vervolgcursus geniet zichtbaar van haar boyfriend. En als hij te veel praatjes of verdrietjes krijgt, glippen we samen even de les uit.

Italianen om me heen mogen me verbeteren: de huiseigenaresse, de buurvrouw, Italiaanse moeders of Italiaans lerende ladies die ik ontmoet, kortom iedereen nodig ik uit met mijn soms vragende blik om aan te vullen of te verbeteren waar ik twijfel heb over mijn uitspraak of taalgebruik. Het Italiaanse tomatensoepje wordt er steeds lekkerder van.

En als ik er echt niet uit kom met wat ik wil vertellen, zijn er altijd nog de Italiaanse gebaren! 

(https://www.youtube.com/watch?v=Hxu50kiDVGc Learn Italian Hand Gestures with Dolce en Gabbana)