In Italië is koffie
bereiden een topsport waarbij de uitoefenende barista’s medailles verdienen
voor hun prestaties. De medewerkers van het Nederlandse rode koffiemerk met de witte letters zouden daar nog heel wat van kunnen leren. Nu moeten ze zich schamen, want tijdens onze vakantie op Nederlands grondgebied zenden ze in mijn
kostbare pauzetijd tijdens de prestaties van ‘onze’ Oranje Olympische Spelers hun boodschap uit.
Met een trotse vertraging, zodat ik het nog beter kan zien, wordt – pijnlijk,
vind ik – duidelijk gemaakt hoe hun oploscappuccinopoeder – ik herhaal:
oploscappuccinopoeder – in een glazen kopje op de bodem wordt overgoten met
dampend heet water. Alsof het een feest is en geen straf. Dat gelooft toch
niemand? Ongepast vind ik het. Dat het bestaat is tot daaraan toe, ik maak het
ook soms klaar als het echt niet anders kan – alleen niet meer van dit merk – maar
daar loop je toch niet mee te koop? Je kunt hooguit volstaan met een boodschap
van pakweg drie seconden, van een wit scherm met daarop in zwarte letters: Als u echt niet anders kunt, hebben wij
oploscappuccinopoeder voor u. Zwart kader eromheen. Als een
rouwadvertentie.
woensdag 7 september 2016
donderdag 1 september 2016
Klein grut in de grootgrutter
Wat gebeurt er als je een gezin met pakweg drie muppets bij een
grootgrutter loslaat? Een gezin dat bijna drie jaar in het land van de pizza,
pasta, risotto en gelato woont? Met
muppets in de willekeurige leeftijden van 2, 5 en 7 jaar, die dan voor het
eerst sinds een jaar weer bij die ene Nederlandse grootgrutter met die kleine
winkelwagentjes komen?
Laat ik eerst iets vertellen over gisteravond, over de avond waarop ze in
Nederland aankomen. Zodat je een beeld hebt. Er wordt laag culinair gesnackt
met hapjes van drie soorten kroket, van kaassoufflé, bitterballen en
frikadellen-speciaal, met verse goudbruingebakken frites (niet te verwarren met
die gebakken en weer opnieuw opgewarmde en slap geworden aardappelstaafjes uit
een gaarkeukenformaat au bain-marie bak). ‘En normaal hebben we er groenten
bij, nu helemaal niks gezonds!’ roept de blonde dochter verrukt uit. Het feest
is dan al begonnen. Het is vakantie in Nederland.
De volgende morgen crossen drie kleine winkelwagentjes door de winkel.
Helaas steekt er boven het karretje van de kleinste muppet geen vlaggetje uit.
Dus zodra hij achter een diepvriezer verdwijnt, is hij lost in space. De blondine bedenkt dat de kleine man dan maar de
middelste van de kindercaravaan moet zijn, zodat het managementteam weet als
het de twee vlaggetjes van de anderen ziet, dat de kleine man daartussenin moet
lopen.
Nu wordt de grootgrutter geplunderd. Kinderhandjes graaien naar
krentenbrood, rozijnenbrood, notenbrood en vers meergranenbrood. In samenspraak
met het management belanden beschuitbollen, filet americain, een uitgebreide
voorraad stroopwafels, anijshagel, vruchtenhagel en mergpijpjes in de
karretjes. De zuivelkoeling wordt ook aan een grondige keuring onderworpen,
waarbij allerlei soorten vla ‘goed’ gekeurd worden: chocoladevla, vlaflip,
rijke vanillevla met vanillemerg. Bij elk typisch Nederlands en door ieder lid
van het gezin gemist product gaat uitbundig gejuich op. Kinderkeeltjes steken
elkaar vol vuur aan. De jackpot winnen is er niks bij.
Natuurlijk moet er ook geproefd worden van alle schaaltjes die klaarstaan
met kaas, worst en donuts. Alsof ze er speciaal voor dit gezin zijn neergezet.
Ze gaan er bijna bij zitten. Gelukkig is het nog zo vroeg dat er nog niet veel
andere mensen in de winkel zijn.
Hoewel de blondine wel live verslag uitbrengt aan een verkoopster, die erg
doet herinneren aan de moeder van haar crèchevriendinnetje en klasgenootje drie
jaar geleden. ‘Wij praten wel Nederlands,’ legt ze uit, ‘maar we wonen in
Italië. Daarom doen we nu voor het eerst in onze vakantie hier boodschappen.’
Later laat ze nog weten dat ze de grootste pot pindakaas met stukjes noot
hebben weten te bemachtigen. De verkoopster zal hen niet snel vergeten. Ze
blijkt zo’n beetje alles van hen te weten.
Bij het afrekenen van al de uitpuilende karretjes komt het management er
natuurlijk achter dat deze overvloed wel heel erg overvloedig is voor de
komende twee weken. Gelukkig zijn er veel familie en vrienden in hun buurt die
in het lekkers zullen delen. En bij wie het achterblijft, als zij weer achter
de pizza, pasta, risotto en gelato plaatsnemen.
maandag 18 juli 2016
Meer om het meer
Zondagochtend twaalf uur. Ik trek de voordeur achter me
dicht. De Italiaanse zon brandt op het hoogste punt aan de strakblauwe hemel.
Bijna net zo fel als de oranje zolen van mijn renschoenen. Ik heb de knalroze
veters stevig aangetrokken. Even in de gaten houden of mijn voeten niet te veel
worden afgekneld. Het zou toch jammer zijn als ik trainend voor de
vijfentwintig kilometer Il Giro del Lago
di Varese last krijg van blessures.
Evy Gruyaerts les achttien start-to-run naar de tien kilometer begeleidt me vandaag via mijn
oer-Hollands-oranje oortjes. Bij gebrek aan beter. Intussen ben ik namelijk
geen start-to-runner meer. Na mijn
derde moederschapsverlof en aansluitend daaraan anderhalf jaar trainen heb ik
een paar weken geleden de dertien kilometer rondom Il Lago di Comabbio gerend. Samen met mijn Belgische renmaatje. En
dat ging zo goed, dat we onze grenzen verder willen verleggen. Dat we werkelijk
een steady rentempo van rond de 6’45’’ zouden lopen, terwijl we gedurende de
dertien kilometer bleven kletsen, dat hadden we niet verwacht. Advies van Evy:
je moet kunnen blijven praten terwijl je loopt, dan loop je niet te snel. Dus dat kletsen deden we ook.
Ons volgende doel: de vijfentwintig kilometer Il Giro del Lago di Varese, over twee
maanden. Een trainingsschema voor twee trainingen per week inclusief
intervaltrainingen wordt voor me uitgepluisd. Althans, dat is me vlak na de run
rondom Lago di Comabbio beloofd door
een volgens eigen zeggen tikje jaloerse renner, en vriend, in Nederland. Toen
ik vervolgens twee weken later doorvroeg over de status van de uitpluizeritus,
kreeg ik geen antwoord. Vooralsnog. Ik kan nogal ongedurig worden als hij niet
antwoordt op een vraag van mij. Dan moet ik mezelf er weer aan herinneren dat
hij het waarschijnlijk druk heeft, en als hij een paar weken niet gerend heeft,
helpt dat niet. Misschien had ik bij mijn vraag wel de verkeerde toon te
pakken? Ik kan ook zelf wel een schema uitpluizen als ik dat renboek erbij pak
(Het geheim van hardlopen – Hans van
Dijk en Ron van Megen). Maar een coach en mederenner die dat voor me doet, is
wel fijn. Zucht. Geduld hebben of het heft zelf in handen nemen. Dat zijn de
opties. Wordt vervolgd.
Ik klim de steile berg op. Dat is een goede warming-up.
Onder de schaduw van de bomen kan de auberginekleurige zonnebril op mijn
knalroze pet. Nee, mij zie je in al dat neon niet over het hoofd. Ik bereik het
plekje waar de opa van de muppets
anderhalve maand geleden als taartjesdief op een bankje door de speurneuzende
politiekinderen van la bella’s
kinderfeestje werd overmeesterd en gearresteerd. Met een glimlach denk ik terug
aan opa aan de groene campingtafel met daarop de verjaardagstaartjes en het oranje overhemd, de gouden zonnebril, de zwarte krullenrpuik en het groene hoedje die opa het uiterlijk gaven van de gezochte taartjesdief. Ook hij
was niet over het hoofd te zien.
Ik vervolg mijn weg geleidelijk bergaf richting het dorp.
Een grijzende man probeert zijn rechterbeen van zijn fiets af te zwaaien. Ik
ren in zijn richting om hem te helpen, de traagheid van zijn handeling lijkt te
verraden dat hij niet meer zo vitaal is. Maar als ik bijna bij hem ben, staat
zijn voet al naast zijn fiets. ‘Va bene?’
vraag ik nog licht bezorgd en vrolijk of het goed met hem gaat. De intonatie
van zijn reactie ‘Buongiorno!’ maakt
duidelijk dat hij nog heel vitaal is. Op zijn minst mentaal. Ik hoef mijn pas
niet verder te vertragen. Mijn zonnebril die alweer op mijn neus is beland,
wordt door een grote grijns omhoog gewipt.
Verderop in het bos langs de spoorbaan komt een auto met een
mannelijke bestuurder me tegemoet. Even flitsen allerlei gruwelijkheden door
mijn hoofd bij het antwoord op de vraag ‘Wat kan deze man in het bos gedaan
hebben?’, maar dan besef ik dat ik vannacht net iets te lang in het boek van
Joyce Spijker – In de familie heb
gelezen (leestip!) om allerlei thrillerachtige scenario’s voor me te zien. Mam
heeft dat boek ook net gelezen, dus ik zal haar maar niet vertellen dat ik in
mijn eentje door het bos ren. Daar is ze sowieso niet zo’n fan van.
Als ik er vier kilometer op heb zitten, bereik ik via het
korzelige stenen pad Il Lago Maggiore.
Het blauwe koele water strekt zich in alle kanten voor me uit. De bergen als
achterdoek met verschillende tinten groen, het dorp met terracottakleurige
huizen die uitzicht hebben op het meer tegen de heuvel aan, de witte bootjes
die op de voorgrond schitteren in de weerkaatsing van de zon en de rietpluimen
vlak voor mijn neus. Het is inmiddels zo vertrouwd. En wat een rijkdom om hier
te kunnen rennen.
Ik passeer groepjes mensen, velen in bikini of zwembroek,
waardoor ik me stukken meer gekleed voel in mijn donkerroze rentopje en strakke
zwarte driekwartbroek. Ik laat hier en daar wat buongiorno’s en ciao’s
achter, maar ben te snel om de reacties op me in te laten werken. Zijn het te
veel mensen om stuk voor stuk een moment van verbinding mee te voelen? ‘Ik hou
van de wereld en de wereld houdt van mij!’ zong la bella gisteren nog compleet onbevangen vanuit de wc. Haar vader
en ik lagen er glimlachend naar te luisteren.
Als ik mijn geliefde rotsachtige pad langs het meer opga,
hoop ik dat de enorme hoeveelheid mensen af zal nemen. Dat is zo, gelukkig! Een
oudere man maakt plaats voor me op het pad, terwijl zijn vrouw in blauwe bikini
genietend het opspattende water in zakt. Heerlijk. Ik geniet in gedachten met
haar mee, terwijl ik verder ren. Al goed gebruinde Italiaanse mannen bakken
verder af in de zon. Ik hoef niet te klagen over mijn kleurtje, het recente
weekje Piemonte heeft mijn schouders die uit mijn topje steken, een egaal bruin
kleurtje met wat donkerder sproetjes meegegeven. Als ik denk dat ik iedereen
wel gepasseerd ben, zit er toch een jonge vrouw topless samen met een aantal
vriendinnen onbeschaamd in kleermakerszit zo veel mogelijk zon op te vangen.
Zou leuk zijn als ik in vloeiend Italiaans kon zeggen dat ze haar tepels toch
echt in moet smeren met een hoge factor, omdat ze zo uitsteken. Helaas is dat
Italiaans niveau B2, huiswerk voor na de zomervakantie van ons olijke
muppetdrietal. Daarnaast is het een veel te hoog (be)moedergehalte op dit
heerlijke, muppet-vrije uurtje sportmanagement.
Als ik de trappen oploop, van het meer af, staat een
jongetje van drie jaar boven aan de trap op me te wachten. ‘Mano, mano!’ steekt hij vragend zijn
hand naar me uit. ‘No, non te dio un
mano, meglio con papa o mama,’ antwoord ik hem dat hij beter aan de
hand van zijn vader of moeder de trap af kan gaan richting het water dat tegen
de rotsen opspat.
Als afsluiter van deze acht kilometer weer een berg op, weer
een bos in. En ook daar is weer een man in een auto, die eerst achter me rijdt
en nadat ik hem heb laten passeren, in een garage zijn macchina parkeert. Hij komt rustig mijn kant op. ‘Ciao!’ Ik zie zijn ogen twinkelen door
zijn zonnebril heen en zijn zwarte baardje vormt een zachte, vriendelijke
glimlach. Ik kan hier van alles bij fantaseren, dit keer duidelijk geen
thrillerachtige scenario’s. Wat heb ik met baardjes? Heb ik wat met baardjes?
Als ik de muur met ‘Love
you’ vlak bij huis passeer, minder ik vaart. Mijn voeten zijn heerlijk warm
en het voelt goed, alsof ik nog meer zou kunnen rennen dan deze zonnige acht
kilometer. Rustig verder trainen voor de vijfentwintig om het volgende meer.
Dat gaat wel lukken.
PS:
Het lijkt erop dat ik me voor de bewuste run moet inschrijven als atleet bij de
Italiaanse atletiekfederatie en dat mijn huisarts een medische sportkeuring
moet afgeven. Italianen en hun papierwinkel…
maandag 23 mei 2016
Vrijheid
Stings A Brand New Day
leidt me ritmisch naar mijn les Italiaans. Helaas niet met broerlief aan het
stuur met een auto met open dak, zoals de allereerste keer dat dit nummer voor
mij uit de boxen baste. Maar die zomerse herinnering van al bijna mijn halve
leven geleden komt elke keer bij dit nummer opborrelen. Een heerlijk zonnig,
vrij gevoel.
Zoals elke lesavond, twee keer per week, zijn de muppets thuis met alleen de andere helft
van het managementteam. Daarvóór halen we hen samen van de bus, dan knuffelen,
kussen en kletsen we over ‘Hoe was je lange dag op school?’, terwijl we hand-in-hand
de heuvel af naar huis hobbelen. En dan ben ik ervandoor.
Mijn lerares vertelt in de les over 25 april. Dan is het Festa della Libertà, feest van de
bevrijding in Italië. In 1945 werd Italië die dag bevrijd van de Duitse
bezetting. Tegelijkertijd kwam aan het fascistische regime van Benito Mussolini
een einde. Daarvoor hadden i partizani,
de partizanen, gezorgd, nog voordat de geallieerden arriveerden. Vrijheid en
democratie konden weer zegevieren in Italië.
Mijn klasgenoten en ik vertalen in de les de tekst van het
partizanenlied, Bella Ciao,
en onze lerares laat het ons een aantal keer horen. Een strijdlied, voor de
vrijheid van de toekomstige generatie die na de strijders in vrijheid mag
leven.
| Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bella_ciao / Website LSP/MAS - Socialistische strijdliederen |
In ons beste Italiaans voor dit moment, voortdurend
verbeterd door onze lerares, vertellen mijn Franse, Griekse en Burkinese
klasgenoten en ik daarna om de beurt over onze nationale feestdagen in ons
thuisland. Ik vertel over de nationale Dodenherdenking op 4 mei met de twee
minuten stilte en de nationale viering van de bevrijding op 5 mei met de
bevrijdingsfestivals door ons hele Nederland.
Volgens mijn lerares kunnen Italianen geen twee minuten stil
zijn. Zelfs geen minuut.
Ik leg haar uit hoe waardevol het is dat degenen die voor
ons hebben gestreden, worden herinnerd, en ook dat we de dag daarna vieren hoe
dankbaar we zijn dat we in een vrij land leven. Die twee dingen, hand-in-hand.
Voordat ik er erg in heb, sta ik plechtig met de hand op
mijn borst Wilhelmus van Nassouwe te
zingen. Volgens mij heb ik het nog nooit zo zuiver en recht uit mijn hart gezongen.
Al zijn er maar weinigen die dat kunnen verifiëren. Dat hoeft ook niet.
Twee vrolijke Franse vrouwen volgen al dansend en zingend het voorbeeld met hun uitvoering van de Marseillaise.
Muziek verbroedert (in dit geval: verzustert).
Als Nederlander in het buitenland ben ik me steeds meer bewust
waar ik vandaan kom. En wat dat betekent, dat ik Nederlander ben. Wat het
betekent om te kunnen zeggen en doen wat je denkt en wat je wilt. En wat je
daarvan aan je kinderen mee wilt geven.
Sting leidt me terug naar la casa. Voor een boterham met salami
picante spalmabile, smeerbare
pikante salami. En daarna een boterham met sandwichspread, van Hollandse bodem.
Verbroedering hoort ook in onze keuken thuis.
De zon zakt stralend achter de bergen.
En morgen is het weer A
Brand New Day.
zondag 17 april 2016
Knetterende ruzie met spetterende emoties
La bella en onze
stuiterbal komen ruziënd uit de taverna,
het gastenverblijf onder in ons huis, waar de twee oudste muppets zich op
momenten van gebrek aan gasten vermaken met PLAYMOBIL®,
LEGO®, Pin en Pon (Klik hier voor een korte cursus 'Wat is Pin en Pon?')
en ander niet-dreumesmuppet-proof speelgoed.
‘Ik was aan het lezen en mijn huppelbroer trok het boek
gewoon uit mijn handen!’ Boosheid. Frustratie. ‘Grrrmaaaaah!’ doet la bella met overtuigende non-verbale
ondersteuning van haar woorden en gevoelens.
‘La bella sloeg
me. Ik ben de baas over het boek!’ Dikke tranen rollen over huppelaars rossige
en nog zachte, kleine jongenswangen.
Geschreeuw: ‘IK BEN BOOS!’ valt zijn zus hem in de rede.
Eh, ja, ik zie het. En ik hoor het. Dus ik zak door mijn knieën
om op hun ooghoogte te komen en benoem het. Allemaal.
‘Ik zie een meisje dat boos en gefrustreerd is, omdat ze een
boek wil lezen dat niet van haar is. Ik zie een jongen die verdrietig is over
het boek dat van hem is en dat zijn zus wil lezen.’ Intussen doet la bella nog een mislukkende poging tot
een trap met haar voet in de richting van haar broertje. Nóg meer tranen.
Ik vertel vervolgens droogjes wat ik il piccolino zie doen. ‘Meneertje daar loopt intussen op roze
grote-zus-maat slippers de taverna in
om met Pin en Pon te spelen.’
Twee nieuwsgierige koppies draaien zich naar het gat van de
tavernadeur. Meteen moeten ze allebei giechelen.
‘En hoe gaan jullie het oplossen?’ keer ik me ondertussen
weer luchtig naar hen.
‘Bella, we kunnen
toch sámen lezen?’ heeft meneer de huppelaar opeens het licht gezien.
‘Ja, dat wilde ik ook,’ beaamt la bella het nieuwe inzicht van volledige coöperatie als een altijd
aanwezig geweest zijnde waarheid.
Hèhè.
Ik deed niks. Voor mijn gevoel. In eerste instantie.
Maar als ik terugkijk, besef ik dat het benoemen van hun
gevoelens en die erkennen genoeg is om het hen vervolgens zelf te laten
oplossen. Ik heb me niet in hun emoties mee laten slepen. Ik ben er zelf lekker
droog en luchtig onder gebleven. Het scheelt een hoop energie.
Opvoedkundig momentje om in te lijsten.
donderdag 17 maart 2016
Glorieus
‘Mamaaaa! Mamaaaa! Waaaaaaacht!’
‘Lieverd! Lieverd! Koooooom!’
We fietsen net de oprit voor ons huis
af, door het elektronische hek richting het zwembad. Ik vooruit op mijn blauwe Harley Davidson voor moeders (met
bloemen, dat dan weer wel), onze grootste van mijn twee kleine favoriete mannen
op zijn fietsje achter me aan. Zo’n gele Loekie met dikke bandjes, felgekleurde spaakkralen en ondersteunende zijwieltjes.
Ik besef dat die laatste er bij la bella al af waren toen zij vier werd,
terwijl hij al bijna vijf wordt. Het redelijk egale stoepen-parcours rondom ons
rijtjeshuis in Nederland gaf meer rechttoe rechtaan oefenruimte voor fietsen-zonder-zijwieltjes
dan de fietsonvriendelijke kraterwegen waardoor we in la bella Italia nu drie jaar later omringd zijn.
Ik til onze fietsen een trappetje af
naar het modderige pad richting een aflopend veldje. Het natte gras ligt
bezaaid met dennennaalden en dennenappels. Met de tong uit zijn mond zet onze huppelaar zich in om onze fietstocht te vervolgen. ‘Manpower, lieverd, en
spierballen in die bovenbenen! Doordouwen!’ moedig ik hem aan om het tempo erin
te houden.
‘Trappen, schat, trappen!’ moedig ik
onze huppelaar aan als hij, inmiddels op het asfalt, vast blijft hangen in een
korrelige kuil. Even lijkt het alsof de ketting van zijn fiets af is. Ik
parkeer mijn Harley op haar dubbele
standaard en loop terug, maar als ik ons manneke in volle vaart verder duw, trapt
hij met stevige grip door.
‘Mama, ik kan niet meer!’ Even
verderop zorgen de kiezelsteentjes en de oneffen weg alweer voor te veel
wrijving. Deze strijd is nog lang niet gestreden.
‘Jawel, je kunt het. Je kúnt het!’ Ik
heb het volste vertrouwen in onze topper.
‘O ja, ik kan het mama, ik kan het!’ Mijn
koploper herpakt zich snel en hervindt zijn vertrouwen. Ik heb duidelijk mijn
roeping als sportcoach gemist. Nu nog even ‘En glimlach!’ naar hem toe werpen,
zodat ik mijn Evy Gruyaert-simulatiecertificaat
kan ondertekenen.
Het afdalende parcours van de heenweg
is getrotseerd. Anderhalf uur en een paar slokken zwembadwater later beginnen
we aan de klim-voor-kinderen terug naar Casa
dei Tigli.
‘Ik mag een wens doen, ik fiets tussen
twee meisjes!’ Onze huppelaar geeft mij de geweldige leeftijd-verjongende eer voor
even weer een meisje te zijn. Zijn slingerende zijwieltjes missen de paarse
fiets van bella op een spaak na. Zijn
voor het fietsje net iets te lange benen
maken snelle slagen in de rondte. Zijn oranje jas hangt open na de klamme warmte
van het zwembad en het hete föhnen. Zijn wangen worden steeds roder. Wat een
enthousiasme en inzet!
‘Mama, ik wil niet meer!’ Oei, zijn zojuist
nog positieve piek keldert met een harde klap en belandt in een mentaal dipje.
‘Nog even doorzetten, jongen!’ haal ik
volhardend nog een knetterende coachkreet van stal.
‘Je bent een held, je kunt het!’ Wat
ook zo is.
‘Kracht zetten, kerel. Duw die fiets
vooruit!’ We hoeven alleen die keffende honden voorbij die papa meteen inseinen
dat we bijna thuis zijn.
‘Even afstappen, fiets voorbij de
kiezels en daarna weer gaan met die banaan.’ Ik fiets in een grote boog terug,
zodat ik achter hem uitkom en hem een zetje kan geven. Ondertussen werp ik een
snelle genietende blik op de sneeuwwitte bergen aan de overkant van het meer
waar we langskachelen. Geef mij maar korrelige kraters, knarsende kiezelstenen
en beeldschone bergen.
‘Ik ben sneller dan jij!’ zegt hij, nauwelijks
op tempo, maar met een uitdagende en ondeugende stem.
‘Wedstrijdje? Ik ga echt winnen!’ hobbelt
hij ervandoor.
Normaal ben ik nogal gevoelig voor
uitdagingen, maar dit keer laat ik hem voorbijgaan, in het spoor van de auto’s,
richting de poort van ons huis die een waardige finish vormt. Bergop krijgt hij
nog een laatste duwtje in zijn rug. Van zijn eenkoppige peloton.
Natuurlijk wint hij de wedstrijd.
Glorieus!
dinsdag 16 februari 2016
Avontuur
De vijfde carnavalsvakantiedag schijnt de zon. Buiten
althans. Binnen alla Casa wordt
geworsteld met de gevolgen van snotneuzen, en doorkomende kiezen bij de
kleinste snotneus. ‘Auw, auw, auw, mama, mama, mama, papa, papa, papa!’ in
willekeurige volgorde, met of zonder tussenpozen en zielig of zieliger. Dat was
het entertainment voor het management midden in de nacht. Overdag rest er een
bonkend hoofd en moeheid. En zijn het de kindjes die entertained willen worden.
Tijd om aan het eind van de dag de zon ook binnen te halen
en de frisse lucht op te snuiven. Tijd voor groot avontuur in kleine
mensenleventjes.
‘Kom, we gaan naar buiten, op zoek naar een speeltuin!’ zeg
ik tegen mijn drie kanjers. De verwachte weerstand in de trant van ‘Ik heb geen
ziiiiiiin!’, ‘Ik wil niet naar bui-ten!’ en ‘Ik wil binnen spelen!’ blijft uit.
Verbaasd vraag ik me af wat ik nu per ongeluk goed deed. Juiste timing? Juiste
enthousiaste intonatie? Juiste woordgebruik? Combinatie van alles? Of hebben
zij ook zin in frisse lucht? Ik sta er niet te lang bij stil, kansen zijn om te
grijpen. Il piccolino heeft zijn jas
bij ‘buiten’ al van de kapstok gerukt en zijn schoenen bij het schoenenbankje
om het hoekje van de woonkamerdeur gepakt. Hij moet daarvoor op zijn tenen
staan, maar met zijn ruim anderhalf jaar komt hij precies bij de deurklink. De
andere twee zijn ook snel in actie gekomen, ze hebben hun jurken verruild voor
warme speelkleren. Jurk-en ja, soms heb ik twee zwierende kindjes in plaats van
één.
‘Zullen we naar de speeltuin bij het Lago Maggiore in het
dorp gaan?’ vraag ik aan de kinderen. La
bella heeft een ander idee: ‘Zullen we naar de speeltuin gaan vlak bij de
manege in Ispra? Die is niet zo groot, maar wel leuk. En daar kan ik il piccolino helpen met klimmen.’ Ze
kijkt verheugd. Ik laat me graag beïnvloeden door goede ideeën. En ik heb geen
flauw idee welke speeltuin ze bedoelt, dus een avontuurlijke speurtocht is bij
dezen gegarandeerd.
La
bella heeft het geluk dat haar stoeltje op de voorbank van de
auto staat. ‘Ga daar maar zitten, dan kun jij de weg wijzen.’ Dat hoef ik haar
geen twee keer te zeggen. Eén keer ook niet eigenlijk, ze zat er al.
We rijden onder het genot van Roompot vakantieliedjes ‘We
hebben vakantie, jeeeeheeeehee!’ onze oprit af op zoek naar de manege. Algauw
weet la bella waar we naar rechts
moeten om richting de manage te rijden. I
trust her on that one. En terecht: het slingerende smalle pad met kiezels
en kuilen leidt ons al snel naar de modderige binnenplaats van de manage.
Check. Vanaf hier nu verder.
‘Oeh, wat zou er in dit straatje zijn?’
‘Ah, daar ziet het er ook interessant uit.’
‘Die grote weg is saai. En die kennen we al.’
‘Dat is spannend daar.’
Via allerlei omwegen, onbekende eenrichtingsstraatjes en
veelbelovende zijwegen, komen we van Ispra twee plaatsjes verderop op het
strandje van Monvalle uit. Vanaf de parkeerplaats zien we in de verte een
dubbele schommel. Dat biedt hoop op speeltuinachtige taferelen. ‘Misschien is
dit wel de speeltuin die ik bedoelde!’ zegt la
bella hoopvol dromend. Dichterbij gekomen blijkt er een dubbele plas onder
de schommel te huizen. Nee, niet een Lago Maggiore hoeveelheid, maar toch genoeg om net niet lekker te kunnen
schommelen hartje winter.
De wip blijkt imaginair. Dat stimuleert la bella en onze huppelaar om ook
imaginair te wippen. Dikke lol, die twee muppets.
Het ziet er héél echt uit.
Il
piccolino dribbelt intussen struinend het strand af. Op zoek naar… naar
wat eigenlijk? Nieuws. Alles wat nieuw is voor hem. Nieuwe boten, nieuwe
zwanen, nieuwe golven, nieuwe ontelbare open en gesloten schelpen. Krakend
onder kleine voetjes.
Broer en zus zijn vervolgens geulen aan het graven op het
zandstrand. Geulen die uiteindelijk moeten leiden naar het kasteel dat in de
mondeling overeengekomen planning staat. Stokken wroeten verwoed in de
zandsoepsmurrie. Keien keilen in het water. Handschoenen raken doordrenkt.
Jeansbroekbillen worden zanderig. Maat 22 schoentjes verdwijnen onder de
waterlijn. La mamma vist ze eruit,
voordat de tuinbroek er volledig onder verdwijnt. Sokjes soppen. De zon gaat
eerder onder dan dat het zandkasteel verrijst aan de horizon. Tandjes
klapperen. Het eerste ‘Ik heb het koud’-snikje wordt door la mamma van de grond geplukt en naar de auto getild. Het kasteel
blijft een droomkasteel. Maar kinderdromen zijn prachtig en eindeloos.
Vieze, natte kleren gaan uit en in een boodschappentas
(multifunctioneel, die dingen, altijd in je auto hebben liggen). Blote
billetjes in een hydrofiel luier (ook multifunctioneel!) gaan in een kinderzitje.
De autoverwarming gloeit. Il piccolino
voelt het geluk van een schone, droge tuinbroek om zijn mollige beentjes.
Mama’s jas bedekt het derde stel bofkont-blote beentjes.
Thuis wacht nog méér water. Warm badwater met schuim, veel
schuim. En wasmachinewater. En papa’s luisterende oor voor uitgelaten
avonturenverhalen van zonnige kindjes. En van hun mama.
Begon deze vakantiedag met snot en zielige kindjes die
entertained wilden worden, deze
onverwacht avontuurlijke dag eindigt luchtig en lekkerrr met papa’s pannenkoeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
